Ontwerpproces


Het ontwerpproces bestaat uit verschillende aspecten en verschillende 'deelnemers'. Traditioneel is het de 'geniale' mens die door de capaciteit van zijn hersenen in staat is een concept te bedenken en dit uit te werken en te noteren met potlood en papier. Sinds het tijdperk van computers en de opkomst en bloei van informatietechnologie is hier een verandering in opgetreden. De mens en zijn brein worden aangevuld met een computer. Deze computer wordt vaak gezien als emotieloze rekenkracht.
De discussie of een computer in staat is tot het voelen van emotie wordt hier verder buiten beschouwing gelaten, maar deze extra speler in het ontwerpproces speelt een grotere rol dan wellicht wordt gedacht. Bovendien is zij op verschillende manieren in te zetten en te gebruiken. Hier wordt getracht een kort inzicht te geven in welke rollen zij kan aannemen en hoe zij in combinatie met de mens een twee-eenheid kan vormen.

De rol van de mens
De mens als architect heeft in het ontwerpproces traditioneel de voornaamste rol. Hij is het die de besluiten en wendingen bepaald in het creatieve proces in de totstandkoming van een ontwerp. De ratio en emotie leiden tot beslissingen, al dan niet gefundeerd, die het ontwerpen een bepaalde richting in stuurt. Elke beslissing is terug te voeren op de interactie van de mens en maakt hem daarmee volledig verantwoordelijk voor de gestelde resultaten.

De rol van de computer

presentatiemiddel
De meest voorkomende methode hoe de computer ingezet wordt bij het architectuur proces is de methode van de 'nette werkkracht'. Hierin wordt vooral de presentatie kwaliteit van de computer gebruikt waarin de secure werking en zuivere lijnvoering kenmerkend zijn. De architect ontwerpt en de computer tekent het netjes uit.

het hulpje
Hierin dient de computer als hulpmiddel ter ondersteuning van de master architect. De computer staat de architect bij in het inbeeldingsvermogen en met haar rekenkracht. Centraal is de invloed van de computer ten opzichte van de architect. Wanneer de computer als hulpmiddel ingezet wordt, blijft de architect de eindverantwoording op zich nemen. Hij besluit en beslist ook of de computer methoden aangepast moeten worden. Hij beslist of een resultaat 'door de beugel kan' of bijgesteld moet worden. De enige macht die de computer hierin heeft, is de rol van uitvoerend orgaan. De architect spreekt en de computer rekent.

inspiratiebron
De computer kan ook als inspirerend werktuig ingezet worden. In deze methode wordt aan de hand van allerlei specifieke data door middel van een diversiteit aan bewerkingsmethoden getracht een beeld of vorm te scheppen die inspirerend is voor architectuur. wanneer een interessante consequentie is gevonden, wordt deze uitgewerkt volgens 'traditionele' methoden van de architectuur. Hierin heeft de architect weer de eindverantwoordelijkheid. Hij neemt de keuzes en stelt de richtlijnen op. De computer behandelt, de architect spreekt, en de computer rekent.

conceptbepaler
Binnen deze methode wordt de computer op het voetstuk gesteld en de 'air' van de architect geminimaliseerd. Er treedt hier een omkering op. Niet de computer is de volger, maar nu is de architect de volger, die luistert naar zijn 'baas', de computer. Er is een fundamenteel verschil in deze methode ten opzichte van de 'tool' en 'inspirerende' methoden. In deze laatste twee treedt de architect op zijn voetstuk en neemt de beslissingen over kwalitatieve en ervaringskwaliteiten. Binnen de 'goddelijke' methode is deze rol anders. De mens programmeert uiteraard de computer, en legt daarin uiteraard al een hoop zaken volgens persoonlijke overtuiging vast. Echter wanneer eenmaal een 'taal' bekend is, wordt deze een vrije loop gelaten. De computer rekent en vormt. Zij maakt de beslissingen en levert uiteindelijk het product af. De mens maakt, de architect vraagt, de computer levert.

De macht van de mens
De mens heeft in het ontwerpproces feitelijk alle macht. Ook al is een besluit genomen bepaalde taken over te dragen aan de computer of een andere hulpbron, dan nog is het de mens die deze 'opdracht' verstrekt. Te allen tijde kan de mens ingrijpen in het ontwerpproces en bepaalde wendingen doorvoeren, waarmee een directe invloed op het resultaat wordt bewerkstelligd. Vooral de mate waarin de mens andere hulpbronnen, zoals de computer, inzet in het ontwerpproces beïnvloed de relatie van de macht tussen mens en zijn hulpbronnen.

De macht van de computer
Wanneer de computer ingezet wordt in het ontwerpproces, valt hiermee niet alle macht direct bij de computer. De technieken en methoden die zij gebruikt stellen de mens (als interactie medium) in staat bepaalde resultaten te verkrijgen. Er dient een belangrijk punt aangekaart te worden, namelijk in hoeverre deze macht reikt.
Het is een misvatting te denken dat een computer zelfstandig iets kan.
Een computer kan niets en niets anders dan rekenen. Dat is haar taak. Het idee dat een computer zelfstandig architectuur kan creëren, is een misvatting. De computer kan alleen datgene doen dat de mens, als interactie medium, haar opdraagt. De macht van de computer in het ontwerpproces ligt dus niet zozeer in het creatieve vermogen om beslissingen te nemen, maar voornamelijk in de onuitputtelijke energie en rekenkracht waarmee zij bepaalde handelingen kan verrichten. Elke taak die een computer uitvoert is ooit ingevoerd, bedacht en gecreëerd door menselijke invloed. De winst is vooral te behalen in de snelheid waarmee een computer in staat is de gewenste handelingen te verrichten. Centraal staat dus dat een computer alleen taken verricht die 'geschreven' zijn door menselijk handelen.