definitie
De meest elementaire definitie van het begrip code kan worden omschreven als een pakket van regels en principes. Dit pakket heeft vervolgens de eigenschap dat ze werkt en gebruikt wordt als een pakket van instructies die 'opdracht' geeft of toepasbaar is op de omgeving waarop ze van kracht is.
mogelijkheid
Enkele gedachtespinsels liggen ten grondslag aan dit vraagstuk. Kan een project als westerdok of borneo-sporenburg in code worden uitgedrukt? Wat is de essentie van een bepaald specifiek ontwerp, wat is haar elementaire patroon? Waardoor is een ontwerp juist uniek dat ontwerp en niet een ander ontwerp?
Architectuur kan worden gezien als een stelsel van verhoudingen, maten en richtingen van geometrische vormen die tezamen een geheel en daarmee het object ter beschouwing vormen. Vanuit deze zienswijze is architectuur zelf in feite al code. De schrijfwijze van deze code verschilt per object. Er is geen universele standaard waarmee dit stelsel genoteerd wordt, dit is meer 'persoonlijk' gevoel dan een globale structuur. Evengoed kan los van de wijze van notatie, van een architectonisch object dus gezien en gelezen worden als een stelsel van coderingen. De definitie van code is principieel een pakket aan regels en principes (die fungeren als instructies). Hierin ligt niet besloten op welke wijze dit pakket opgesteld dient te worden.
Een architectonisch object kan dus 'opgesteld' worden aan de hand van de verhoudingen en maten van de deelobjecten. Hiermee is een object dus herschrijfbaar in een meer algemene manier van notatie van code, waarmee de definitie van dat specifieke object dus leesbaar en communiceerbaar wordt door een brede groep 'codeerders'.
Echter binnen de context van het generatief ontwerpen is een heel andere benadering vereist. Zoals later nog verduidelijkt zal worden, gaat het binnen deze systemen om een meer universele, uniforme notatie van onafhankelijke codes die wanneer ze gebruikt worden een mogelijke interpretatie geven van die code en daarmee van het architectonische object. Hierbij zal het slagingspercentage van deze manier van ontwerpen ten opzichte van de werkelijke architecturale code van het specifieke object dus nooit honderd procent zijn. Doordat het een meer uniforme manier van notatie bevat voldoet het dus aan een breder concept dan de specifieke oplossing van het architectonisch ontwerp. Waaraan voldoet deze methode dan wel ten opzichte van het 'origineel' ? ieder architectonisch object bevat naast de precieze verhoudingen en maten ook meer globale regels en kenmerken, de zogenaamde 'essenties'. Dit zijn de kenmerken waarmee het object herkenbaar wordt zonder de exacte uitwerking van deze kenmerken zichtbaar te hebben. De generatieve systemen kunnen nu juist deze kenmerken zeer goed als uitgangspunt nemen voor de methode. Aan de hand van deze essentiële waarden (ongeacht of dit nu hoofdverhoudingen of -maten zijn, of volume, kleur of oriëntatie) heeft het systeem genoeg informatie om varianten te genereren die voldoen aan het gestelde kader (van de essenties). Volgens een dergelijk principe is het dus mogelijk om architectonische objecten te genereren die voldoen aan de eisen van het origineel, waarmee min of meer gekloonde versies gemaakt kunnen worden die hoewel allemaal verschillend een gemeenschappelijk deler hebben in de essentiële kenmerken van het concept.
universele waarde
Welke achterliggende en onbewuste invloeden liggen ten grondslag aan een ontwerp en haar ontwerpmethodiek? Zijn deze invloeden bepaald door genialiteit of meer subjectieve concepten?
Is code persoonlijk beïnvloed door de codeerder?
Is architectuurcode universeel 'leesbaar'?
Architectuur is geen kant en klare wiskunde, waarbij de som der delen gelijk is aan de uitkomst. Elementaire wiskunde is een gegeven en ligt vast besloten, waar je ook bent overal zal 1 + 1 gelijk zijn aan 2. Hier ontstaat geen misverstand over (ik spreek bewust over elementaire wiskunde, daar complexe processen voor nogal wat verschillende interpretaties vatbaar zijn). Architectuur is echter geen elementaire wiskunde, maar een combinatie van allerlei waarden, waarbij ook emotie en eigenheid niet mis te verstaan zijn. Door dergelijke subjectieve waarden zal geen ontwerper een gelijke 'uitkomst' vertonen op een gegeven vraag. Ieder verstaat en interpreteert een vraag (opgave) op zijn eigen wijze en zal door zijn persoonlijke ontwikkeling deze vraag anders uitwerken.
De vergelijking zoals hier geschetst tussen de elementaire wiskunde en de emotionele kunsten is echter geen volledig juiste vergelijking. Een vraag gesteld aan een ontwerper levert net als een vraag gesteld aan een wiskundige altijd een eigen uitkomst op. De vraag aan een wiskundige om een berekening te maken waarvan de uitkomst 2 is, is niet noodzakelijkerwijs de som 1 + 1, maar kan ook 6 - 4 zijn, om een voorbeeld te schetsen. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de vraag niet relevant is, maar vooral het proces en de notatie die de gevraagde gebruikt om de 'oplossing' voor de vraag op te stellen.
De gestelde vraag een berekening te maken waarvan de uitkomst 2 is, is dan ook afhankelijk van diegene aan wie de vraag is gesteld. Deze afhankelijkheid maakt de code (de berekening) dus niet universeel identiek, maar verschillend afhankelijk van de persoonlijke ontwikkeling van de gevraagde. Deze persoonlijke ontwikkeling is weer bepaald door het klimaat waarin de persoon is ontwikkeld. Verschillende klassen, geografische positie en eigen interessen en karakter hebben allemaal invloed op de ontwikkeling van de persoon, waarmee de wijze van de berekening (de code) dus per definitie verschillend zal zijn.
Hiermee is dus bepaald dat code per definitie nooit universeel van aard kan zijn.
Echter nu is van belang wat nog preciezer bedoeld is met de berekening of de code. Niet alleen de manier waarop de persoon tot het gevraagde antwoord komt, maar ook de notatiewijze (het schrift) van de persoon is hierbij van belang. De berekening is dan wel verschillend per persoon, het schrift daarentegen kan wel degelijk een universeel karakter hebben. Neem taal als voorbeeld van een schrift. Wanneer twee personen op geografisch verschillende posities dezelfde vraag gesteld wordt, en beide personen gebruiken eenzelfde taal als middel waarmee zij zich uitdrukken en de oplossing geven voor het probleem, zullen deze beide personen ieders 'oplossing' kunnen interpreteren en begrijpen (los van of ze het eens zijn). Het schrift (in deze 'taal') is universeel en maakt de code inzichtelijk en begrijpelijk voor elkaar; het schrift is communiceerbaar en uitwisselbaar zonder dat er misverstanden ontstaan.
De meest elementaire definitie van het begrip code kan worden omschreven als een pakket van regels en principes. Dit pakket heeft vervolgens de eigenschap dat ze werkt en gebruikt wordt als een pakket van instructies die 'opdracht' geeft of toepasbaar is op de omgeving waarop ze van kracht is.
Enkele gedachtespinsels liggen ten grondslag aan dit vraagstuk. Kan een project als westerdok of borneo-sporenburg in code worden uitgedrukt? Wat is de essentie van een bepaald specifiek ontwerp, wat is haar elementaire patroon? Waardoor is een ontwerp juist uniek dat ontwerp en niet een ander ontwerp?
Architectuur kan worden gezien als een stelsel van verhoudingen, maten en richtingen van geometrische vormen die tezamen een geheel en daarmee het object ter beschouwing vormen. Vanuit deze zienswijze is architectuur zelf in feite al code. De schrijfwijze van deze code verschilt per object. Er is geen universele standaard waarmee dit stelsel genoteerd wordt, dit is meer 'persoonlijk' gevoel dan een globale structuur. Evengoed kan los van de wijze van notatie, van een architectonisch object dus gezien en gelezen worden als een stelsel van coderingen. De definitie van code is principieel een pakket aan regels en principes (die fungeren als instructies). Hierin ligt niet besloten op welke wijze dit pakket opgesteld dient te worden.
Een architectonisch object kan dus 'opgesteld' worden aan de hand van de verhoudingen en maten van de deelobjecten. Hiermee is een object dus herschrijfbaar in een meer algemene manier van notatie van code, waarmee de definitie van dat specifieke object dus leesbaar en communiceerbaar wordt door een brede groep 'codeerders'.
Echter binnen de context van het generatief ontwerpen is een heel andere benadering vereist. Zoals later nog verduidelijkt zal worden, gaat het binnen deze systemen om een meer universele, uniforme notatie van onafhankelijke codes die wanneer ze gebruikt worden een mogelijke interpretatie geven van die code en daarmee van het architectonische object. Hierbij zal het slagingspercentage van deze manier van ontwerpen ten opzichte van de werkelijke architecturale code van het specifieke object dus nooit honderd procent zijn. Doordat het een meer uniforme manier van notatie bevat voldoet het dus aan een breder concept dan de specifieke oplossing van het architectonisch ontwerp. Waaraan voldoet deze methode dan wel ten opzichte van het 'origineel' ? ieder architectonisch object bevat naast de precieze verhoudingen en maten ook meer globale regels en kenmerken, de zogenaamde 'essenties'. Dit zijn de kenmerken waarmee het object herkenbaar wordt zonder de exacte uitwerking van deze kenmerken zichtbaar te hebben. De generatieve systemen kunnen nu juist deze kenmerken zeer goed als uitgangspunt nemen voor de methode. Aan de hand van deze essentiële waarden (ongeacht of dit nu hoofdverhoudingen of -maten zijn, of volume, kleur of oriëntatie) heeft het systeem genoeg informatie om varianten te genereren die voldoen aan het gestelde kader (van de essenties). Volgens een dergelijk principe is het dus mogelijk om architectonische objecten te genereren die voldoen aan de eisen van het origineel, waarmee min of meer gekloonde versies gemaakt kunnen worden die hoewel allemaal verschillend een gemeenschappelijk deler hebben in de essentiële kenmerken van het concept.
universele waarde
Welke achterliggende en onbewuste invloeden liggen ten grondslag aan een ontwerp en haar ontwerpmethodiek? Zijn deze invloeden bepaald door genialiteit of meer subjectieve concepten?
Is code persoonlijk beïnvloed door de codeerder?
Is architectuurcode universeel 'leesbaar'?
Architectuur is geen kant en klare wiskunde, waarbij de som der delen gelijk is aan de uitkomst. Elementaire wiskunde is een gegeven en ligt vast besloten, waar je ook bent overal zal 1 + 1 gelijk zijn aan 2. Hier ontstaat geen misverstand over (ik spreek bewust over elementaire wiskunde, daar complexe processen voor nogal wat verschillende interpretaties vatbaar zijn). Architectuur is echter geen elementaire wiskunde, maar een combinatie van allerlei waarden, waarbij ook emotie en eigenheid niet mis te verstaan zijn. Door dergelijke subjectieve waarden zal geen ontwerper een gelijke 'uitkomst' vertonen op een gegeven vraag. Ieder verstaat en interpreteert een vraag (opgave) op zijn eigen wijze en zal door zijn persoonlijke ontwikkeling deze vraag anders uitwerken.
De vergelijking zoals hier geschetst tussen de elementaire wiskunde en de emotionele kunsten is echter geen volledig juiste vergelijking. Een vraag gesteld aan een ontwerper levert net als een vraag gesteld aan een wiskundige altijd een eigen uitkomst op. De vraag aan een wiskundige om een berekening te maken waarvan de uitkomst 2 is, is niet noodzakelijkerwijs de som 1 + 1, maar kan ook 6 - 4 zijn, om een voorbeeld te schetsen. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de vraag niet relevant is, maar vooral het proces en de notatie die de gevraagde gebruikt om de 'oplossing' voor de vraag op te stellen.
De gestelde vraag een berekening te maken waarvan de uitkomst 2 is, is dan ook afhankelijk van diegene aan wie de vraag is gesteld. Deze afhankelijkheid maakt de code (de berekening) dus niet universeel identiek, maar verschillend afhankelijk van de persoonlijke ontwikkeling van de gevraagde. Deze persoonlijke ontwikkeling is weer bepaald door het klimaat waarin de persoon is ontwikkeld. Verschillende klassen, geografische positie en eigen interessen en karakter hebben allemaal invloed op de ontwikkeling van de persoon, waarmee de wijze van de berekening (de code) dus per definitie verschillend zal zijn.
Hiermee is dus bepaald dat code per definitie nooit universeel van aard kan zijn.
Echter nu is van belang wat nog preciezer bedoeld is met de berekening of de code. Niet alleen de manier waarop de persoon tot het gevraagde antwoord komt, maar ook de notatiewijze (het schrift) van de persoon is hierbij van belang. De berekening is dan wel verschillend per persoon, het schrift daarentegen kan wel degelijk een universeel karakter hebben. Neem taal als voorbeeld van een schrift. Wanneer twee personen op geografisch verschillende posities dezelfde vraag gesteld wordt, en beide personen gebruiken eenzelfde taal als middel waarmee zij zich uitdrukken en de oplossing geven voor het probleem, zullen deze beide personen ieders 'oplossing' kunnen interpreteren en begrijpen (los van of ze het eens zijn). Het schrift (in deze 'taal') is universeel en maakt de code inzichtelijk en begrijpelijk voor elkaar; het schrift is communiceerbaar en uitwisselbaar zonder dat er misverstanden ontstaan.