Techniek
Module

impressie gegenereerd stedelijk patroon

basis geometrie module

wandopbouw module

hybride technologie

constructieve opbouw module

constructieve opbouw fragment

gegenereerd stedelijk gebied

Deze twee afbeeldingen geven een overzicht van alle mogelijke combinaties van de opeenstapeling van twee identieke modulen. De maat van deze modulen is vier bij acht meter. Dit zijn de modulen zoals ze zijn gebruikt in de generatie van het stedelijk gebied. De hoogte van de modulen is drie meter, hoewel die in deze afbeeldingen verder geen rol speelt. Aangezien het gehele stedelijk gebied op een grid van één bij één meter is georiënteerd, zijn de opeenstapelingen van twee dezelfde modulen ook op deze maat gebaseerd. Dit overzicht heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het constructieve principe van de moduul, met name voor verticale openingen tussen modulen, voor bijvoorbeeld ontsluiting. De afbeeldingen tonen alle mogelijkheden voor opeenstapeling, waarbij niet alle opeenstapelingen bruikbaar zijn voor verticale ontsluiting.

gegenereerd stedelijk gebied

meerdere modulen gecombineerd tot eenheid

diverse eenheden uit gegenereerde omgeving

gegenereerd stedelijk gebied


gegenereerd stedelijk gebied
Module
Het primaire element in de gehele vorming van de stedenbouwkundige en architectonische wereld is de module. Deze module staat als centraal element in alle bouwdelen. De keuze een module te gebruiken komt voort uit de relatie met de totstandkoming van het stedenbouwkundig schema. Aangezien dit een grote mate van diversiteit en schijnbare wanorde in zich heeft, dienen de bouwelementen van zichzelf zeer eenvoudig te zijn. De onderlinge compositie van alle bouwmodulen tezamen bevat direct een rijke verstrooiing aan vorm en orde. Het beoogde doel en nut van het gebruik van een moduul is meerledig.

impressie gegenereerd stedelijk patroon
Het primaire element in de gehele vorming van de stedenbouwkundige en architectonische wereld is de module. Deze module staat als centraal element in alle bouwdelen. De keuze een module te gebruiken komt voort uit de relatie met de totstandkoming van het stedenbouwkundig schema. Aangezien dit een grote mate van diversiteit en schijnbare wanorde in zich heeft, dienen de bouwelementen van zichzelf zeer eenvoudig te zijn. De onderlinge compositie van alle bouwmodulen tezamen bevat direct een rijke verstrooiing aan vorm en orde. Het beoogde doel en nut van het gebruik van een moduul is meerledig.

basis geometrie module

wandopbouw module

hybride technologie
Het gebruik van een moduul als grootschalig bouwelement is onderhevig aan velen invloedbare factoren. De afmeting van een moduul dient bepaald te worden, en is van invloed op het gehele productieproces van de moduul wanneer tot ontwerp en bouw overgegaan kan worden.De afmeting bepaalt ook in grote mate in hoeverre een moduul als prefab element aangeleverd kan worden op een bouwplaats. Hierbij zijn vervoersregels van kracht die een maximum aan de dimensies stelt waarbij een bijzonder vervoersregeling vereist is. Hiermee is de keuze voor de afmeting van het moduul dus tevens vastgesteld aan bepaalde maximale maten. In de moduul die in het ontwerpproces toegepast gaat worden, zal in zekere mate prefab gemaakt moeten kunnen worden. Hierbij bestaat zowel de mogelijkheid de moduul in zijn geheel of deels prefab te construeren, of kan de keuze komen op het aanleveren van kant en klare bouwelementen waarmee een moduul in elkaar gezet kan worden op de bouwplaats.
Wanneer in een proces een moduul wordt ingezet, ligt het voor de hand het aantal deelelementen van deze moduul zo laag mogelijk te houden. Hoe minder unieke verschillende delen, hoe eenvoudiger en conceptueel sterker de moduul wordt.
Wanneer in een proces een moduul wordt ingezet, ligt het voor de hand het aantal deelelementen van deze moduul zo laag mogelijk te houden. Hoe minder unieke verschillende delen, hoe eenvoudiger en conceptueel sterker de moduul wordt.
Hiernaast is bij gebruik van een moduul inherent sprake van een bepaalde tijdswinst. Niet alleen in bouwtijd, maar zeker ook in (aan)levering van elementen en toepassingsgerichtheid is een zeker voordeel van kracht.
Wanneer je over modulair bouwen spreekt, ligt het voor de hand dat deze moduul een zeker mate van aanpasbaarheid heeft om in een later tijdbestek nog wijzigingen te kunnen doorvoeren aan een specifieke moduul. Hierbij dient een onderscheidt gemaakt te worden in of het technisch mogelijk is en of het het beoogde doel is dat dit gebeurt.
De technische mogelijkheid een moduul aan te passen dient meegenomen te worden, alhoewel het niet het primaire belang is. Het verwisselen van bepaalde deelelementen van de moduul maakt het mogelijk op een later tijdstip nog veranderen door te voeren aan de specifieke wensen van dat moment. Hierdoor wordt de beheerder in staat gesteld de moduul geheel naar eigen inzicht 'aan te kleden' en daarmee te voorzien van een persoonlijke stijl.
Het beoogde doel om deze aanpasbaarheid als verkooppunt te gebruiken is minder belangrijk. Het ligt niet in de verwachting dat bewoners dit met een bepaalde regelmaat zullen uitvoeren, en daarnaast is het nooit zo eenvoudig als vaak wordt voorgesteld. Een eenmaal opgeleverd geheel blijft in de regel voor langere tijd statisch, waarmee de mogelijkheid tot aanpasbaarheid weliswaar aanwezig is, maar echter nauwelijks ingezet wordt. Het blijft uiteraard de keus van de gebruiker, maar het ligt nogmaals niet in de lijn der verwachtingen dat dit zal met regelmaat zal voorkomen. Het aangeleverde basisconcept blijft behouden.
Iedere module eenheid is opgebouwd vanuit eenzelfde basisconcept, waarbinnen wel enkele varianten bestaan. De basis bestaat uit een ruwbouw module die prefab tot stand komt. Vanuit de productielijn wordt de module, de vloeren, wanden en een eerste mate van afwerking in elkaar gezet en aangeleverd op de bouwplaats.
Wanneer je over modulair bouwen spreekt, ligt het voor de hand dat deze moduul een zeker mate van aanpasbaarheid heeft om in een later tijdbestek nog wijzigingen te kunnen doorvoeren aan een specifieke moduul. Hierbij dient een onderscheidt gemaakt te worden in of het technisch mogelijk is en of het het beoogde doel is dat dit gebeurt.
De technische mogelijkheid een moduul aan te passen dient meegenomen te worden, alhoewel het niet het primaire belang is. Het verwisselen van bepaalde deelelementen van de moduul maakt het mogelijk op een later tijdstip nog veranderen door te voeren aan de specifieke wensen van dat moment. Hierdoor wordt de beheerder in staat gesteld de moduul geheel naar eigen inzicht 'aan te kleden' en daarmee te voorzien van een persoonlijke stijl.
Het beoogde doel om deze aanpasbaarheid als verkooppunt te gebruiken is minder belangrijk. Het ligt niet in de verwachting dat bewoners dit met een bepaalde regelmaat zullen uitvoeren, en daarnaast is het nooit zo eenvoudig als vaak wordt voorgesteld. Een eenmaal opgeleverd geheel blijft in de regel voor langere tijd statisch, waarmee de mogelijkheid tot aanpasbaarheid weliswaar aanwezig is, maar echter nauwelijks ingezet wordt. Het blijft uiteraard de keus van de gebruiker, maar het ligt nogmaals niet in de lijn der verwachtingen dat dit zal met regelmaat zal voorkomen. Het aangeleverde basisconcept blijft behouden.
Iedere module eenheid is opgebouwd vanuit eenzelfde basisconcept, waarbinnen wel enkele varianten bestaan. De basis bestaat uit een ruwbouw module die prefab tot stand komt. Vanuit de productielijn wordt de module, de vloeren, wanden en een eerste mate van afwerking in elkaar gezet en aangeleverd op de bouwplaats.

constructieve opbouw module

constructieve opbouw fragment
Afhankelijk van de gewenste module maat, kan worden besloten de verschillende schijven (wanden, vloeren) wel of niet in de productielijn met elkaar te verbinden. Wanneer de module maat dusdanig van afmeting is dat deze niet via reguliere wegen getransporteerd kan worden (en er derhalve speciaal vervoer noodzakelijk is) worden de schijven niet gecombineerd maar los en onafhankelijk getransporteerd naar de bouwlocatie. Indien de afmetingen van de module het mogelijk maakt bepaalde schijven reeds te combineren in de productielijn, wordt hiervoor gekozen, aangezien dit de realisatie tijd per module op de bouwlocatie kan verkleinen.
Iedere module is op zich zelfstaand een stabiele eenheid. Door slim gebruik te maken van liggers en staanders in combinatie met een ruwe wandafwerking wordt de stabiliteit al in de productielijn fase gewaarborgd. De afwerking zoals gezegd gebeurt op locatie. De maatvoering van de gridlijnen wordt op maat bepaald, waarbij de gehele unit afkomstig van de productielijn deze maat als buitenmaat aanhoudt. De fijne afwerking ligt dus aan de buitenkant van de gridlijnen.
Iedere module is op zich zelfstaand een stabiele eenheid. Door slim gebruik te maken van liggers en staanders in combinatie met een ruwe wandafwerking wordt de stabiliteit al in de productielijn fase gewaarborgd. De afwerking zoals gezegd gebeurt op locatie. De maatvoering van de gridlijnen wordt op maat bepaald, waarbij de gehele unit afkomstig van de productielijn deze maat als buitenmaat aanhoudt. De fijne afwerking ligt dus aan de buitenkant van de gridlijnen.
Een mogelijkheid om te komen tot een licht, maar sterk moduul is door gebruik te maken van zogenaamde hybride constructies. Hierin dragen zowel de constructieve delen als de niet-constructieve delen bij aan de stabiliteit van het moduul. In de transport sector wordt bij auto's en treinen reeds gebruik gemaakt van dergelijke methoden, maar ook in de bouw van bruggen komen deze terug. De toepassingen en mogelijkheden worden steeds groter door de continue ontwikkeling van materialen en verbindingstechnieken. Wanneer de modulen op de bouwlocatie aanwezig zijn (of aldaar voor plaatsing tot gehele modulen gecombineerd zijn), worden de diverse modulen in nauwgezette volgorde gestapeld en gecombineerd tot gehele ruimten en woningen.

gegenereerd stedelijk gebied
Nadat de nog immer ruw afgewerkte modulen in plaats gezet zijn en hiermee de constructieve stabiliteit is gewaarborgd, wordt overgegaan tot de afwerking van de ontstane compositie. Buiten en binnenafwerking wordt dus op locatie verwezenlijkt. De moduul dient opgebouwd te worden volgens een herkenbaar principe; dat van drager en inbouw. Er dient een scheiding aangebracht te worden in de constructieve delen en de niet constructieve delen. Het gaat hier primair om die delen van het moduul die zorg dragen voor zijn individuele bestendigheid, en die zorg dragen voor de mogelijkheid tot stapeling en koppeling van meerdere modulen. Deze delen zijn het 'behang' of de 'kleding' van het moduul. Naast de constructieve delen dienen er delen in de moduul aanwezig te zijn, die haar tegen onder andere klimatologische invloeden beschermt. Zoals reeds kort aangeduid bij de niet constructieve delen, dient het moduul aangekleed te worden. Hiervoor lijken panelen van een bepaalde standaard afmeting een logisch keuze. Het idee achter deze panelen is een relatief kleine catalogus van verschillende paneel mogelijkheden op te stellen waarmee een individuele moduul bekleed kan worden. Deze panelen kunnen onder andere verschillend zijn in materiaalkeuze. Hiernaast dienen alle daglichtopeningen ook ondergebracht in worden in de ritmiek van de paneel afmeting. In principe is het gewenst dat alle mogelijke bekledingselementen van het constructieve deel van het moduul middels de genoemde panelen ontworpen kan worden. Deuren, ramen en gevelpanelen dienen allen op deze wijze bepaald te kunnen worden.
De module wordt opgebouwd uit verschillende deelobjecten (constructief, niet-constructief) zoals eerder beschreven. Het opzetten van een catalogus van deze gevarieerde deelobjecten is van belang, maar niet primair. Het gaat in deze om het principe van meerdere elementen. Er dienen tenminste zoveel deelelementen beschreven en uitgewerkt te worden, dat enkele verschillende modulen gebouwd kunnen worden. Het minimaliseren van het aantal deelelementen is zeker interessant, maar niet van primair belang. Waar het aantal beperkt gehouden kan worden, zal dit gebeuren.

Deze twee afbeeldingen geven een overzicht van alle mogelijke combinaties van de opeenstapeling van twee identieke modulen. De maat van deze modulen is vier bij acht meter. Dit zijn de modulen zoals ze zijn gebruikt in de generatie van het stedelijk gebied. De hoogte van de modulen is drie meter, hoewel die in deze afbeeldingen verder geen rol speelt. Aangezien het gehele stedelijk gebied op een grid van één bij één meter is georiënteerd, zijn de opeenstapelingen van twee dezelfde modulen ook op deze maat gebaseerd. Dit overzicht heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het constructieve principe van de moduul, met name voor verticale openingen tussen modulen, voor bijvoorbeeld ontsluiting. De afbeeldingen tonen alle mogelijkheden voor opeenstapeling, waarbij niet alle opeenstapelingen bruikbaar zijn voor verticale ontsluiting.
Modulen
Een eenheid bestaat uit de combinatie van verschillende modulen. De manier waarop bepaalde modulen in een cluster tezamen gebracht worden tot een enkele eenheid hangt af van de gestelde klasse voor de woningen in het cluster.
Een eenheid bestaat uit de combinatie van verschillende modulen. De manier waarop bepaalde modulen in een cluster tezamen gebracht worden tot een enkele eenheid hangt af van de gestelde klasse voor de woningen in het cluster.

gegenereerd stedelijk gebied

meerdere modulen gecombineerd tot eenheid

diverse eenheden uit gegenereerde omgeving
Allereerst is een geselecteerd deelgebied uitgelicht om verder op in te zoomen en uit te werken. Nog steeds is het geheel opgebouwd uit een stapeling van een aantal modulen die tezamen voor de getoonde structuur zorgen. Om vervolgens op architectonisch vlak deze stapeling uit te kunnen werken, is ervoor gekozen eerst combinaties te maken van verschillende modulen. Deze combinaties, of clusters, zijn dus in feite gebundelde modulen, en kunnen als enkele eenheid gelezen worden. Dit is een woning. Nadat de verschillende modulen gecombineerd zijn tot een enkelvoudig object, is het gehele oppervlak van alle modulen (zoals is voortgekomen uit de opstelling en het ontwerp van een afzonderlijke moduul) bedekt door een grid. Aan de hand van dit grid worden verschillende deelelementen van het moduul als bekleding geplaatst op het gehele oppervlak, waarbij uiteraard gekeken wordt naar de positie van de geselecteerde moduul ten opzichte van het gehele plangebied. Studentenwoningen bijvoorbeeld kunnen bestaan uit de combinatie van vier tot zes modulen, waarbij iedere moduul zijn eigen gesloten interne ingang heeft. De gehele eenheid dient dan eenmaal ontsloten te worden. Woningen kunnen bestaan uit tevens vier tot zes modulen, waarbij een centrale ontsluiting aanwezig is. Hierbij zijn de verschillende modulen op te delen als aparte ruimten of te combineren tot grotere ruimten. Bedrijfsruimten kunnen worden gecombineerd vanuit een grotere hoeveelheid modulen.
Plangebied
De locatie voor de ontwerpopgave ligt aan het begin van de Oost-Corridor in Eindhoven. De Oost-Corridor is een strook die begint bij het kanaal aan de Havenstraat en tot aan Helmond doorloopt. Het geselecteerde gebied voor de ontwikkeling ligt net voorbij het kanaalhoofd. De zone aan weerszijde van het kanaal langs de Kanaaldijk is een praktisch rechthoekig gebied dat door parallelwegen, die ongeveer 150 meter van het kanaal liggen, wordt gekaderd. Hierdoor is de kanaalstrook nagenoeg 300 bij 530 meter in afmeting. Deze gehele zone wordt vanuit het script benaderd, en getoetst aan de gegeven parameters.
De locatie voor de ontwerpopgave ligt aan het begin van de Oost-Corridor in Eindhoven. De Oost-Corridor is een strook die begint bij het kanaal aan de Havenstraat en tot aan Helmond doorloopt. Het geselecteerde gebied voor de ontwikkeling ligt net voorbij het kanaalhoofd. De zone aan weerszijde van het kanaal langs de Kanaaldijk is een praktisch rechthoekig gebied dat door parallelwegen, die ongeveer 150 meter van het kanaal liggen, wordt gekaderd. Hierdoor is de kanaalstrook nagenoeg 300 bij 530 meter in afmeting. Deze gehele zone wordt vanuit het script benaderd, en getoetst aan de gegeven parameters.

gegenereerd stedelijk gebied
Gereserveerde zones
Aan de hand van de ingestelde parameters zijn verschillende reserveerde zones ingebouwd in het totale plangebied. Verschillende zones zijn mogelijk, waarbij de grootte varieert en de plaatsing varieert. Er treed een verstrooiing op van deze zones over het plangebied. Deze zones worden vanuit meerdere doelen ingepland. Allereerst dragen deze gereserveerde plekken bij aan de luchtigheid en daarmee dichtheid van het totale bouwbare oppervlak, het zorgt dus voor voldoende lucht en licht toetreding. Hiernaast worden deze zones tevens gebruik als openbare groenzones in het plangebied. Ten slotte zijn de grotere zones tevens te gebruiken als locaties voor toekomstige ontwikkeling en voor voorzieningen die grotere oppervlakten nodig hebben die niet vanuit het modulaire systeem voorzien kunnen worden. Te denken valt hierbij aan supermarkten en winkels maar ook grotere bedrijfsvoorzieningen zijn hier mogelijk.
Kanaal
Het kanaal doorsnijdt het gebied en verdeelt het in twee nagenoeg even grote delen. Het kanaal zal worden gehandhaafd in de ontwikkeling van het nieuwe plan. De essentie blijft gelijk aan de huidige, waarbij wel renovatie en verbetering kan plaatsvinden. Aan weerszijden van het kanaal loopt nu een verbindingsweg over het gehele gebied. Deze zone tot aan de eerste bebouwing wordt functioneel gewijzigd. De verbindingswegen over de gehele breedte zullen worden opgeknipt in delen tussen elke primaire ontsluiting naar het bebouwde gebied toe. Op enkele plaatsen zal een verbinding blijven bestaan, terwijl andere deelstukken tot kade worden veranderd. De kade bevat openbare functies en voorzieningen. De continue doorgaande verbinding wordt dus opgeheven en verdeeld in verschillende onderdelen. De kadezone wordt ingericht voor het openbare leven, waarbij tevens sociale ontmoetingsfuncties ingebracht kunnen worden, zoals cafés en restaurants.
Aan de hand van de ingestelde parameters zijn verschillende reserveerde zones ingebouwd in het totale plangebied. Verschillende zones zijn mogelijk, waarbij de grootte varieert en de plaatsing varieert. Er treed een verstrooiing op van deze zones over het plangebied. Deze zones worden vanuit meerdere doelen ingepland. Allereerst dragen deze gereserveerde plekken bij aan de luchtigheid en daarmee dichtheid van het totale bouwbare oppervlak, het zorgt dus voor voldoende lucht en licht toetreding. Hiernaast worden deze zones tevens gebruik als openbare groenzones in het plangebied. Ten slotte zijn de grotere zones tevens te gebruiken als locaties voor toekomstige ontwikkeling en voor voorzieningen die grotere oppervlakten nodig hebben die niet vanuit het modulaire systeem voorzien kunnen worden. Te denken valt hierbij aan supermarkten en winkels maar ook grotere bedrijfsvoorzieningen zijn hier mogelijk.
Kanaal
Het kanaal doorsnijdt het gebied en verdeelt het in twee nagenoeg even grote delen. Het kanaal zal worden gehandhaafd in de ontwikkeling van het nieuwe plan. De essentie blijft gelijk aan de huidige, waarbij wel renovatie en verbetering kan plaatsvinden. Aan weerszijden van het kanaal loopt nu een verbindingsweg over het gehele gebied. Deze zone tot aan de eerste bebouwing wordt functioneel gewijzigd. De verbindingswegen over de gehele breedte zullen worden opgeknipt in delen tussen elke primaire ontsluiting naar het bebouwde gebied toe. Op enkele plaatsen zal een verbinding blijven bestaan, terwijl andere deelstukken tot kade worden veranderd. De kade bevat openbare functies en voorzieningen. De continue doorgaande verbinding wordt dus opgeheven en verdeeld in verschillende onderdelen. De kadezone wordt ingericht voor het openbare leven, waarbij tevens sociale ontmoetingsfuncties ingebracht kunnen worden, zoals cafés en restaurants.


gegenereerd stedelijk gebied
Infrastructuur op wijkniveau
De infrastructuur wordt bepaald door processen die een zelfregulerend karakter hebben. Elke instantie van de verschillende routes heeft zijn eigen parameters die ingegeven kunnen worden bij aanvang van het gehele creatie proces. Het infrastructurele gedeelte van het script is gericht op de bevordering van vrije indeling en niet-regulaire ritmiek. Het principe is afgeleid van een groeiende slang die een baan zoekt door het vrije veld. De profielen voor alle ontsluitingen dienen klein gehouden te worden. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het beoogde veld van modulen continu lijkt te zijn, zonder al te veel grote sparingen tussen de delen. Wanneer de profielen groter zouden zijn, lijkt het gehele stedenbouwkundige plangebied teveel opgedeeld te zijn in deelstukken, waardoor de continuïteit niet bevorderd wordt. Het is dus van belang dat de profielen klein zijn, waardoor het gehele plangebied eenduidig en continu wordt. De primaire ontsluiting bestaat uit hoofd verkeersverbindingen die (voornamelijk) in een dimensie het gebied ontsluiten. Zij zijn voor alle verkeer toegankelijk, en hebben het breedste profiel van alle ontsluitingen. De genoemde verkeersaders doorluchten de locatie, maar zijn bestempeld als 30km zone, zodat het profiel bewust klein gehouden kan worden. De ruimte boven deze ontsluitingen wordt nooit bebouwd. De secundaire ontsluitingen bestaan uit verkeersverbindingen die in een dimensie het gebied ontsluiten. Zij staan haaks op de primaire ontsluiting. Zij zijn voor alle verkeer toegankelijk. De ruimte boven deze ontsluitingen kan worden bebouwd, waarbij een gestelde limiet (parameter) vrij van bebouwing blijft. De tertiaire ontsluitingen bestaan uit verbindingen uitsluitend bestemd voor langzaam verkeer. Zij worden in twee dimensies door het gebied heen gevlochten. De ruimte boven deze ontsluitingen kan worden bebouwd, waarbij gestelde limiet (parameter) vrij van bebouwing blijft. Het rizomatisch stelsel van infrastructurele werken dient juist ontsloten te kunnen worden. Om de straatprofielen klein te houden, worden verschillende ontsluitingswegen als eenrichtingsverkeer en 30 km zone bestempeld. Hierdoor ontstaat op verschillende deelgebieden een circulaire routing.
De infrastructuur wordt bepaald door processen die een zelfregulerend karakter hebben. Elke instantie van de verschillende routes heeft zijn eigen parameters die ingegeven kunnen worden bij aanvang van het gehele creatie proces. Het infrastructurele gedeelte van het script is gericht op de bevordering van vrije indeling en niet-regulaire ritmiek. Het principe is afgeleid van een groeiende slang die een baan zoekt door het vrije veld. De profielen voor alle ontsluitingen dienen klein gehouden te worden. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het beoogde veld van modulen continu lijkt te zijn, zonder al te veel grote sparingen tussen de delen. Wanneer de profielen groter zouden zijn, lijkt het gehele stedenbouwkundige plangebied teveel opgedeeld te zijn in deelstukken, waardoor de continuïteit niet bevorderd wordt. Het is dus van belang dat de profielen klein zijn, waardoor het gehele plangebied eenduidig en continu wordt. De primaire ontsluiting bestaat uit hoofd verkeersverbindingen die (voornamelijk) in een dimensie het gebied ontsluiten. Zij zijn voor alle verkeer toegankelijk, en hebben het breedste profiel van alle ontsluitingen. De genoemde verkeersaders doorluchten de locatie, maar zijn bestempeld als 30km zone, zodat het profiel bewust klein gehouden kan worden. De ruimte boven deze ontsluitingen wordt nooit bebouwd. De secundaire ontsluitingen bestaan uit verkeersverbindingen die in een dimensie het gebied ontsluiten. Zij staan haaks op de primaire ontsluiting. Zij zijn voor alle verkeer toegankelijk. De ruimte boven deze ontsluitingen kan worden bebouwd, waarbij een gestelde limiet (parameter) vrij van bebouwing blijft. De tertiaire ontsluitingen bestaan uit verbindingen uitsluitend bestemd voor langzaam verkeer. Zij worden in twee dimensies door het gebied heen gevlochten. De ruimte boven deze ontsluitingen kan worden bebouwd, waarbij gestelde limiet (parameter) vrij van bebouwing blijft. Het rizomatisch stelsel van infrastructurele werken dient juist ontsloten te kunnen worden. Om de straatprofielen klein te houden, worden verschillende ontsluitingswegen als eenrichtingsverkeer en 30 km zone bestempeld. Hierdoor ontstaat op verschillende deelgebieden een circulaire routing.
Parkeren
Aangezien het gehele plangebied vanuit een grote mate van verstrooiing tot stand is gekomen aan de hand van het door het script gegenereerde model, is het onderbrengen van voldoende parkeermogelijkheden een opgave op zichzelf. De gedachte is het parkeren tevens in een bepaalde mate van verstrooiing over het gehele gebied te verspreiden en niet het parkeren als gecentraliseerde 'piekbelasting' onder te brengen. Echter zal deze mate van verstrooiing niet gelijk zijn aan de mate van verstrooiing van de modulen. Het parkeren zal een tussenvorm innemen tussen de mate van verstrooiing van de modulen en een gecentraliseerde vorm. Er zijn gebundelde locaties binnen het plangebied aangebracht waar afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare ruimte tussen de 1 en 20 auto's kunnen worden ondergebracht. Hierdoor is het parkeren net als de modulen onderdeel van de grote mate van verspreiding die door het gehele plangebied aanwezig is en blijft daarmee de sociale interactie gehandhaafd.
Groenvoorzieningen
Onderdeel van de gereserveerde zones zijn tevens de groenvoorzieningen. De gereserveerde zones die voor groenvoorzieningen zijn aangewezen dienen gebruikt te worden voor openbare plekken. Hierbij valt te denken aan algemene plantsoenen, kinderspeelplaatsen en kleine sportgelegenheden. Naast de groenvoorzieningen die door de gereserveerde zones tot stand zijn gekomen, wordt alle ruimte die in het plangebied overblijft, nadat alle functionele eisen gehaald zijn, tevens ingedeeld als groenvoorziening. Alle groenvoorzieningen dragen bij aan een goede lucht en licht toetreding en zorgen tevens voor een gevarieerde en levendige buurt.
Ontsluiting op gebouwniveau
De geplaatste modulen zijn gecombineerd tot eenheden, die functioneren als woningen en bedrijfsruimten. Eenheden die grondgebonden zijn worden daarlangs ontsloten. Voor eenheden die niet grondgebonden zijn dient een extra ontsluiting aangebracht te worden. Hiervoor zijn trappenhuizen en liftschachten aangebracht. De plaatsing van deze verticale ontsluitingen is afhankelijk van de locatie van de eenheden. Ondanks dat de grote hoeveelheid modulen en eenheden zeer verstrooid lijken te liggen zijn er wel verdichtingen aan te wijzen waar meerdere eenheden relatief dicht bijeen liggen. Vanuit de observatie van deze 'pieken' in dichtheid wordt strategisch bepaald waar een verticale 'lege' ruimte gebruik kan worden voor de ontsluiting. De verticale ontsluitingen zijn dus geen onderdeel van de modulen maar worden extern aangebracht. Nadat een strategische plek is gevonden in de omgeving van een piek in de dichtheid van eenheden zijn nog niet alle eenheden direct benaderbaar. Niet alle eenheden zullen een directe verbinding hebben met deze verticale ontsluitingskokers. Hiervoor worden horizontale paden aangebracht. Deze paden zijn vergelijkbaar aan hoe een galerieflat haar woningen verbind, echter met het verschil dat in deze opgave de woningen niet 'netjes' ordelijk aaneengesloten liggen. De horizontale paden volgen wederom een strategische benadering. De routing van de paden verloopt deels over daken van andere modulen en zal deels tussen modulen verbonden worden. Hierdoor ontstaat een tweede maaiveld en landschap op hoogte. Afhankelijk van de dichtheid van de genoemde piek is het mogelijk een grotere hoeveelheid eenheden te onsluiten vanuit eenzelfde verticale ontsluiting waarbij de horizontale paden zorgen voor een gevarieerd beeld.
Aangezien het gehele plangebied vanuit een grote mate van verstrooiing tot stand is gekomen aan de hand van het door het script gegenereerde model, is het onderbrengen van voldoende parkeermogelijkheden een opgave op zichzelf. De gedachte is het parkeren tevens in een bepaalde mate van verstrooiing over het gehele gebied te verspreiden en niet het parkeren als gecentraliseerde 'piekbelasting' onder te brengen. Echter zal deze mate van verstrooiing niet gelijk zijn aan de mate van verstrooiing van de modulen. Het parkeren zal een tussenvorm innemen tussen de mate van verstrooiing van de modulen en een gecentraliseerde vorm. Er zijn gebundelde locaties binnen het plangebied aangebracht waar afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare ruimte tussen de 1 en 20 auto's kunnen worden ondergebracht. Hierdoor is het parkeren net als de modulen onderdeel van de grote mate van verspreiding die door het gehele plangebied aanwezig is en blijft daarmee de sociale interactie gehandhaafd.
Groenvoorzieningen
Onderdeel van de gereserveerde zones zijn tevens de groenvoorzieningen. De gereserveerde zones die voor groenvoorzieningen zijn aangewezen dienen gebruikt te worden voor openbare plekken. Hierbij valt te denken aan algemene plantsoenen, kinderspeelplaatsen en kleine sportgelegenheden. Naast de groenvoorzieningen die door de gereserveerde zones tot stand zijn gekomen, wordt alle ruimte die in het plangebied overblijft, nadat alle functionele eisen gehaald zijn, tevens ingedeeld als groenvoorziening. Alle groenvoorzieningen dragen bij aan een goede lucht en licht toetreding en zorgen tevens voor een gevarieerde en levendige buurt.
Ontsluiting op gebouwniveau
De geplaatste modulen zijn gecombineerd tot eenheden, die functioneren als woningen en bedrijfsruimten. Eenheden die grondgebonden zijn worden daarlangs ontsloten. Voor eenheden die niet grondgebonden zijn dient een extra ontsluiting aangebracht te worden. Hiervoor zijn trappenhuizen en liftschachten aangebracht. De plaatsing van deze verticale ontsluitingen is afhankelijk van de locatie van de eenheden. Ondanks dat de grote hoeveelheid modulen en eenheden zeer verstrooid lijken te liggen zijn er wel verdichtingen aan te wijzen waar meerdere eenheden relatief dicht bijeen liggen. Vanuit de observatie van deze 'pieken' in dichtheid wordt strategisch bepaald waar een verticale 'lege' ruimte gebruik kan worden voor de ontsluiting. De verticale ontsluitingen zijn dus geen onderdeel van de modulen maar worden extern aangebracht. Nadat een strategische plek is gevonden in de omgeving van een piek in de dichtheid van eenheden zijn nog niet alle eenheden direct benaderbaar. Niet alle eenheden zullen een directe verbinding hebben met deze verticale ontsluitingskokers. Hiervoor worden horizontale paden aangebracht. Deze paden zijn vergelijkbaar aan hoe een galerieflat haar woningen verbind, echter met het verschil dat in deze opgave de woningen niet 'netjes' ordelijk aaneengesloten liggen. De horizontale paden volgen wederom een strategische benadering. De routing van de paden verloopt deels over daken van andere modulen en zal deels tussen modulen verbonden worden. Hierdoor ontstaat een tweede maaiveld en landschap op hoogte. Afhankelijk van de dichtheid van de genoemde piek is het mogelijk een grotere hoeveelheid eenheden te onsluiten vanuit eenzelfde verticale ontsluiting waarbij de horizontale paden zorgen voor een gevarieerd beeld.